GEBED II


Ik zeg -- ik lach...

Mijn leugens bedriegen mij
als in een humeurig schouwspel
...
in angst.
En toch zo zinnenstrelend.

Angst,
geef ons heden ons dagelijks brood
Maar droog, alstublieft...

Een reuzentraan zet het parket onder druk
Van onder, van helemaal onder.

Water, hout, dieren, wij.

Een plotselinge ontroering wil de kamer binnendringen

Ik zeg -- ik lach.

Zoe D. Cochia

 

GEBED I

Dat de dag nadere
waarop de koelheid van de bladeren,
van het gras,
mijn en jouw moeraskoorts zal genezen.

Ingebeelde hoogste graad
van beschaving
hier eindig ik

Smekend om gerechtigheid
huilend
op de trap van een moskee
of kerk
verlangend
dat een almachtige genadig
mijn tranen bijeen zal brengen…

En dat hij ze eens,
vroeg in de ochtend,
over de weide
zal verstrooien

Dan zal
in ieder van ons
het bloed smelten,
verrast door de geest van vuur
Opgelucht… Spontane bevruchting
in onbewogen sereniteit van dromen

Zoe D. Cochia